
Misverstanden over ADHD en ADD
De grootste misverstanden over ADHD (en hoe ze écht zitten)
Inleiding
ADHD? Dat is toch gewoon een mode-diagnose? Of een excuus voor luiheid? Soms word ik écht geïrriteerd door deze uitspraken. Net als dat ADHD een superpower is. Ja, tuurlijk, als je weet hoe je persoonlijke gebruiksaanwijzing werkt.
Deze en andere misverstanden over ADHD hoor je nog steeds te vaak. Het gebeurt net zo vaak dat deze misvattingen ervoor zorgen dat mensen met ADHD niet altijd de hulp of erkenning krijgen die ze nodig hebben.
In deze blog ontkracht ik hopelijk de grootste fabels over ADHD en laat ik zien wat de wetenschap en experts hierover zeggen.
Misverstand 1:
ADHD is alleen iets voor kinderen
De waarheid:
ADHD blijft ook op volwassen leeftijd bestaan. Veel volwassenen krijgen pas laat een diagnose. Het is niet alleen maar net als vroeger dat drukke jochie in de klas. Of wat inmiddels ook wel wat bekender is, dat dromerige kind die je steeds bij de les moet halen.
Zelf heb ik pas de diagnose op latere leeftijd gekregen. Zelfs mijn moeder zei: als we dat hadden geweten hadden we het anders kunnen doen. Nu is het zo dat in mijn generatie het nog helemaal niet zo bekend was dat je als meisje en later als volwassene er ook tegen aan kunt lopen.
Onderbouwing:
ADHD is officieel erkend als een levenslange aandoening in de DSM-5 (APA, 2013).
Volgens onderzoek heeft 60% van de kinderen met ADHD op volwassen leeftijd nog symptomen die invloed hebben op hun functioneren (Kooij et al., 2010).
Daarbij: Late diagnoses komen veel voor. Dit kan problematisch zijn omdat volwassenen jarenlang met onbegrepen klachten kunnen rondlopen, zoals concentratieproblemen, uitstelgedrag en emotionele disregulatie.
Zonder de juiste diagnose zoeken zij vaak verkeerde verklaringen voor hun moeilijkheden, zoals faalangst, depressie of een gebrek aan wilskracht. Dit kan leiden tot een lager zelfbeeld en problemen in werk en relaties.
Gelukkig zijn er steeds meer gespecialiseerde professionals, zoals ik, die ADHD bij volwassenen kunnen herkennen en behandelen. Zoek naar een gespecialiseerde hulpverlener of informeer bij ADHD-organisaties zoals Impuls & Woortblind voor ondersteuning.
Misverstand 2:
ADHD betekent dat je altijd druk en hyper bent
De waarheid: Er zijn drie typen ADHD, waarvan er één (ADHD-I, vroeger ADD) gekenmerkt wordt door vooral onoplettendheid zonder hyperactiviteit.
Onderbouwing:
DSM-5 onderscheidt drie vormen van ADHD:
ADHD-HI (Hyperactief/Impulsief)
ADHD-I (Overwegend onoplettend, voorheen ADD genoemd)
ADHD-C (Gecombineerd type: zowel hyperactief als onoplettend)
Bron: American Psychiatric Association (2013), DSM-5.
Veel volwassenen herkennen zich niet in het stereotype van het ‘drukke jongetje in de klas’. ADHD uit zich op verschillende manieren.
Sommige mensen hebben vooral moeite met concentratie en afleidbaarheid (ADHD-I), terwijl anderen juist worstelen met impulsiviteit en hyperactiviteit.
Bij vrouwen wordt ADHD vaak later ontdekt omdat hun symptomen minder opvallend zijn en zich kunnen uiten in interne onrust, perfectionisme of emotionele gevoeligheid.
ADHD kan zich ook uiten in overmatig dagdromen, moeite met taakinitiatie of een constante zoektocht naar prikkels om de hersenen te activeren.
Dit brede spectrum aan kenmerken maakt dat ADHD vaak gemist wordt bij mensen die niet in het klassieke beeld passen.
Misverstand 3:
ADHD is niet zichtbaar op scans en is dus niet wetenschappelijk te onderbouwen
De waarheid: Er zijn verschillende opvattingen over de wetenschappelijke onderbouwing van ADHD. Sommigen beweren dat ADHD aantoonbaar is met hersenscans, terwijl anderen wijzen op de subjectiviteit van de diagnose.
Onderbouwing:
Hoewel sommige onderzoeken laten zien dat er verschillen zijn in hersenactiviteit bij mensen met ADHD, is er geen enkele scan die ADHD definitief kan vaststellen (Barkley, 2015).
ADHD heeft een erfelijkheidspercentage van ongeveer 76%, wat betekent dat genetica een grote rol speelt (Faraone et al., 2005).
De diagnose wordt nog altijd gesteld op basis van gedragspatronen en criteria uit de DSM-5, niet op basis van beeldvormende technieken.
Er is veel discussie over hoe ADHD precies kan worden aangetoond. Wat wél vaststaat, is dat mensen met ADHD daadwerkelijk uitdagingen ervaren die hun functioneren beïnvloeden. Belangrijker dan hoe het wordt gediagnosticeerd, is hoe mensen met ADHD de juiste ondersteuning en strategieën krijgen om ermee om te gaan.
Misverstand 4:
ADHD is gewoon luiheid of een gebrek aan discipline
De waarheid: Mensen met ADHD hebben vaak juist veel energie, maar moeite met taakinitiatie en volhouden door executieve functiestoornissen.
Onderbouwing:
ADHD heeft te maken met problemen in de prefrontale cortex, het hersengebied dat planning en impulscontrole regelt (Brown, 2013).
Mensen met ADHD scoren lager op dopamine-aanmaak, waardoor motivatie en beloning anders werken dan bij neurotypische mensen. (Zeg maar, de mensen die zichzelf 'normaal' noemen)
Bron: [Tuckman, B. (2018) - The ADHD Advantage]
ADHD’ers kunnen productief zijn met de juiste strategieën, zoals het kijken naar een rolmodel, externe structuur en beloningssystemen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het versterken van executieve vaardigheden. Dit zijn cognitieve processen die nodig zijn om doelen te stellen, taken te organiseren en impulsen te beheersen. Voorbeelden van executieve functies die vaak moeite opleveren bij ADHD zijn:
Werkgeheugen: het vasthouden en manipuleren van informatie in je hoofd.
Emotieregulatie: omgaan met frustratie en impulsieve reacties.
Taakinitiatie: moeite hebben met starten, zelfs als iets belangrijk is.
Planning en organisatie: structuur aanbrengen en prioriteiten stellen.
Strategieën zoals visuele planners, reminders, het opdelen van taken in kleinere stappen en het werken met deadlines kunnen helpen om executieve vaardigheden te ondersteunen en zo productiever te worden.
Misverstand 5:
Medicatie is de enige oplossing voor ADHD
De waarheid: Medicatie is één van de opties, maar gedragsstrategieën, coaching en leefstijlveranderingen kunnen ook enorm helpen. Dat ervaar ik nagenoeg dagelijks in mijn praktijk.
Onderbouwing:
Volgens de GGZ Standaarden (2021) is een gepersonaliseerde aanpak essentieel, waarbij medicatie niet altijd de eerste keuze is.
Het Trimbos-instituut (2023) benadrukt de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie en leefstijlinterventies bij ADHD.
Onderzoek van Kenniscentrum KJP laat zien dat mindfulness en lichaamsbeweging ADHD-symptomen kunnen verlichten.
Bron: GGZ Standaarden, Trimbos-instituut, Kenniscentrum KJP
Mijn advies: probeer verschillende methoden om te ontdekken wat voor jou werkt. Technieken zoals mindfulness, het opstellen van een duidelijke dagstructuur en lichaamsbeweging kunnen helpen om focus en rust te creëren. Als het je niet alleen lukt, is er echt wel goede hulp te vinden, als je weet waar je moet zoeken.
Het is altijd verstandig om in gesprek te gaan over medicatie. Al is het alleen maar om goede afwegingen te kunnen maken over wat jij denkt wat bij jou past. Als ik voor mezelspreek, zou ik niet alleen voor medicatie gaan, maar ook zorgen dat je je kennis vergroot over je eigen brein en hoe jij nu eigenlijk jij doet.
Conclusie: Wat nu?
Begrip over ADHD is cruciaal om stigma en misverstanden te verminderen.
Heb jij zelf misverstanden gehoord over ADHD? Laat ze maar horen!
Lees ook mijn volgende blog over: